Nederlands Leren; Lidwoorden. (les 27)

Nederlands leren Lidwoorden De fiets Het boek Een huis De fiets is groen. Het is een fiets met verlichting. De fietsen zijn allemaal nieuw. Het fietsje is voor een kind van vijf
jaar. Fiets is een woord waar het lidwoord de
voorkomt. Komt fiets verderop in de zin voor, dan
heb je vaak een een ervoor. Is het meervoud, zijn het meer
dan een fiets, dan heb je het over de fietsen. Als het een klein fietsje is, dan komt er je achter fiets en dan staat er het voor. De bank staat in het park. Het is een bank om op te zitten. De banken staan op mooie plekjes. Het bankje heeft een lage rugleuning. De stoel is zwart. Het is een stoel voor bij de eettafel. De stoelen zijn van hout. Het stoeltje is voor kleine kinderen. Je ziet hier dat ze nog een extra t
komt, om het verkleinwoord stoeltje te maken. Het huis is te koop. Wij willen een huis kopen. De huizen zijn nu allemaal duur.

Het huisje heeft maar 1 slaapkamer. De boom heeft veel bladeren. In een tuin staat soms een boom. De bomen staan in het bos. Het boompje is pas een jaar oud. Hierin komt er een p, om het verkleinwoord boompje te maken. De bal is heel licht. Je kunt een bal naar elkaar overgooien. De ballen waaien weg bij veel wind. Het balletje is moeilijk om te vangen. Hier zie je dat het verkleinwoord van
bal balletje is, dus daar komen een heleboel letters bij om een verkleinwoord te maken. Het hek heeft een bruine kleur. Rondom de tuin staat vaak een hek. De hekken zijn soms van hout. Het hekje is laag, je stapt er zo overheen. De taart is roze. Met je verjaardag eet je een taart.

De taarten zijn heel lekker. Het taartje is voor twee personen. Het boek is dik. Ik lees een boek over paarden. De boeken zijn tweedehands te koop. Het boekje bevat korte verhalen. De boot is van mijn oom. Het is een zeilboot. De boten kunnen varen. Het bootje is niet zo duur. De woorden De auto De bus De fiets De stoel De tafel De TV De weg De tuin De boom De school De computer De taart Het woorden Het park Het weiland Het huis Het raam Het hek Het werk Het boek Het bed Het kind Het brood Het schilderij Het feest Tot de volgende les.